Zoals de weloplettende, trouwe lezer wellicht al heeft opgemerkt, is het treinverkeer een rode draad doorheen het pragmatisch bestaan van de twee wederhelften van Zwaffelijzer. Uiteraard zijn er de vaste ergernissen zoals het lakse bestuur van de NMBS, de ellenlange vertragingen en onvriendelijke conducteurs. Wees niet bang, die onderwerpen hebben we reeds aangekaart. Desalniettemin willen wij deze gelegenheid aankaarten om enkele wantoestanden in de rand van dit hele gebeuren aan te kaarten. We spreken hier over diverse gebeurtenissen die indruisen tegen de perronetiquette.
Jawel, perronetiquette, het bestaat! Uw wenkbrauwen gaan wellicht pijlsnel de hoogte in bij het lezen van dit woord, maar er zijn enkele universele regels waaraan elke potentiële treinreiziger zich dient te houden. Uiteraard is iedereen reeds vertrouwd met de tafeletiquette, de herentoilettenetiquette, wat een schitterend woord voor scrabble trouwens, en noem maar op.
Maar blijkbaar zijn de perronetiquette niet dusdanig bekend bij Jan Met De Pet, aangezien ik, een onschuldige jongeman in de fleur van mijn pientere leventje te maken heb gehad met regelrechte inbreuken op deze onuitgesproken wetten. Hier volgt het relaas van mijn verhaal:
Op een zonnige namiddag, trok ik mijn stoute schoenen aan om de trein te nemen naar een briljante jongedame, die ook wel eens als “De Liefde van mijn leven” betiteld wordt mijnentwege. Olijk fluitend dartelde ik gezwind door de zonovergoten straten richting statie. Toen ik de spooroverweg kruiste, na uiteraard voorbeeldig links en rechts gekeken te hebben, sneed een zilvergrijze Mercedes mij de pas af. Achter het stuur zat een norse grijsaard met een zalmroze Tommy Hilfiger polo, op zijn passagier sloeg ik echter geen acht.
Zonder hier verder op in te gaan, zette ik mijn weg voort naar het derde stoeltje, waarop ik andermaal mijn bips nederplantte. Ik hoorde het grint van het perron kraken onder het schoeisel van mijn perronmetgezel. Ik keek eventjes op, zoals het hoort, en keek weer weg. Het ging om een jonge, kortgerokte verschijning. Zonder meer keek ik weg, aangezien zij niets voorstelde in vergelijking met mijn bestemming. De voetstappen stopte, aan het eerste stoeltje, het tweede was immers woest afgerukt door ‘Den Duits’ die indertijd onheil zaaide in onze contreien. Ik keek op, misschien was er mij iets ontgaan en kende ik de persoon in kwestie. Toen mijn blik de hare kruiste, merkte ik dat ze niet zomaar keek, ze staarde. Nu moet u weten, dames en heren, staren doet u niet op een perron! U kijkt heel eventjes, kort, als teken van erkenning en wederzijds respect. Dit leek in de verste verte niet op een korte erkenning, neen dames en heren, het was ontucht! Ontucht zeg ik u! Mocht deze situatie zich voordoen in een conservatieve regio in pakweg Irak of Afghanistan, dan mocht ik de jongedame in kwestie ruw verkrachten tot ze gilde en kermde als een vierjarig, hoestend en pruttelend Mexicaantje met de Mexicaanse griep. Maar.. we zijn in België, en ik ben welopgevoed, dus ik liet het zo.
Ik zette mijn reis in gedachte reeds verder, vermits mijn vervoermiddel nog niet ter plekke was. Doch merkte ik, vanuit mijn linkerooghoek op dat de jongedame op het eerste stoeltje mij nauwlettend in de gaten hield. Zenuwachtig schuifelde ze over en weer, en af en toe maakte ze zelfs aanstalten om mij aan te spreken. Ik ging hier niet op in.
“Sorry, maar weet gij of den trein vertraging heeft?” Een iet of wat hogere stem dan ik haar had nagegeven, maar toch aangenaam om naar te luisteren, rukte mij uit mijn droomwereld. Ik was verbaasd. Verontwaardigd zelfs. Mijn zintuigen namen een goedkope openingszin waar, dat bleek uit het vervolg.
“Neen,” antwoordde ik beleefd en nuchter, “ik denk het niet. Voor deze ene keer.”
Oké, ik geef toe. De ludieke ondertoon van mijn laatste vier woorden zorgden ervoor dat de deur op een kier geopend werd. Ik was mij daar echter niet van bewust tijdens de uitspraak ervan, aangezien ik in een enthousiaste en sociale roes verkeerde. Ze lachte.
Ze begon door te vragen. Of ik vaak de trein nam. Waar ik naar school ging. Wat je daarvoor moest kunnen. Wat ik daarmee wilde bereiken. Ze schoot haar vragen alsof ze een doodseskader van Belgische F16’s was dat Tora Bora bombardeert. Oké, ik antwoord hier elke keer op, gegeven het feit dat er nog lang gewacht moest worden, maar ik antwoordde beleefd en vriendelijk, zonder haar enige aanleiding te geven om mijn levensverhaal te ontdekken. Maar ze haalde heel haar sociale trukendoos boven om het praatje in gang te houden. Op zich volgt ze hier een ongeschreven regel. Small talk om de tijd te doden is immers toegestaan. Het is echter de manier waarop ze het opende, en waarop ze doorging dat niet echt door de beugel kon. Op het eerste gezicht lijkt dit een gewone vraag: “Sorry, weet gy of den trein vertraging heeft?” Maar bij verdere analyse merken we dat dit alles doordacht en veel te familiair is.
”Gy” jongedame, ik ben bijna 20, u 15, ik schrijf blogs voor Zwaffelijzer en u spreekt mij aan om inlichtingen in te winnen. U noemt mij in een dergelijke situatie alles, behalve gy!
We draaien de tijd enkele maanden terug, ik sta in Antwerpen-Centraal, een Indiër komt naar mij en vraagt: “Excuse me Sir, Where can I buy tickets?”. Sir, mooi. Dat streelt mijn ego, ik ben bereid te antwoorden.
Andere situatie, een week voor het spijtige voorval met de jongedame. Een oud grootmoedertje heeft geen balpen bij. “Sorry meneer, hebt u misschien iets om te schrijven.” Meneer en u. ook mooi. Maar gy?
Ik zal u zeggen wat ze wou. Door een familiare en ietwat platte toon te hanteren, creëert ze een vertrouwelijke band, waardoor ik volgens haar zou moeten antwoorden. Plus het feit dat ze er, objectief gesteld, niet slecht uitzag wil zeggen dat ze met zo een vraag de aandacht onmiddellijk naar haar uiterlijk plaatst. Zij wil dat het mijn ego streelt dat een frisse verschijning als zij, mij aanspreekt, zodat het gesprek op gang komt. Regel overtreden dus. Vriendelijk en beleefd taalgebruik is een vereiste om seksuele losbandigheden niet de vrije loop te geven op het perron.
Het gesprek ging verder, ik dacht, goed meisje, ik zal je gesprekspartner zijn, en wanneer de trein komt, scheiden onze wegen. Zo werkt dat nu eenmaal volgens de regels. Perfect voorbeeld, ik recapituleer de situatie met het grootmoedertje: “Oma, wat hebt u grote ogen.”
Oei, foutje. Dat is een ander verhaal. Neen, dus het grootmoedertje: We hadden een korte, oppervlakkige conversatie. Toen de trein aankwam, bedankten we elkaar voor het gesprek, en zij stapte in een andere coupé op. Voila, zo hoort het. Maar neen, ik open de deuren van de intussen gearriveerde trein, ik zet mij neer. Plots merk ik, dat iemand naast mij komt zitten. NAAST mij, stel het u voor, waarde lezer. Een bijna volledig lege coupé, tegenover mij is een zetel vrij, voor drie personen, of twee als er één dikke vrouw bij is. En toch wordt er naast mij een plekje ingenomen. Dat zijn twee regels, direct overtreden! De coupé-regel, die zonet reeds aan bod is gekomen, en het feit dat je nooit, of te nooit naast iemand gaat zitten als er elders een lege zitplaats is! “ik kan niet tegen achteruit rijden” lacht ze het voorval weg. In godsnaam, De hele trein is zo leeg als het hoofd van Ben Crabbé!
Helemaal verontwaardigd zet ik mijn reis verder, uiteindelijk kan ik de jongedame afschudden in de metro. Nog lichtelijk in paniek bel ik aan bij mijn geliefde, mijn hart bonst nog steeds in mijn keel. De deur gaat open en daar staat ze, mijn geliefde, mijn muze. Ze kijkt me aan, met haar lieftallige blik. Ze ziet dat ik een zoveelste openbaar vervoerschandaal heb meegemaakt. Ze vraagt erachter.
“ik ben geplayed in de trein!” Zeg ik haar. Ik voel me vuil. Eventjes slik ik de bittere pil door en dan doe ik haar mijn verhaal. “Wat?!” antwoordt ze geagiteerd, “Wacht als ik die tegenkom, ik zal ze!”
Haar fijne oogjes schieten vuur, haar poezelige handjes vormen zich om tot gebalde vuisten. Een schande is het dat ik, haar vriendje, het slachtoffer is geworden van zo een, het moet gezegd, sloerie. “Ooh echt, dat ze haar borst maar nat maakt!” Eventjes lijk ik hiernaar weg te dromen, maar dan kijk ik weer naar haar, mijn geliefde, en ik zie hoe ze het vervolg van haar zin binnensmonds uitspreekt: “want niemand, nee niemand, overtreedt de regels van de perronetiquette!”
Ze slaat haar armen rondom mij, zoals alleen zij dat kan en ze geeft mij daarbij het heerlijkste gevoel aller tijden. Dit is hét gevoel waarvoor ik nog veertien extra treinritten zou nemen met een voltallige coupé tienermeisjes die lak hebben aan perronetiquette. Dit is het gevoel, dat men liefde noemt.