Ik kijk naar de klok en het is alweer 5 minuten later. Verdomme, denk ik, hebben die wijzers nu niets beters te doen dan te blijven draaien alsof hun leven ervan afhangt? Hoeven ze dan nooit te pauzeren, zoals eenieder die werkt? Je zou hen bijna willen vragen om hun activiteit te stoppen, want ‘er is toch nog tijd genoeg om er later mee door te gaan.’
Doch neen, tikken zal de klok blijven doen. Geen erbarmen met het kind dat uit zijn favoriete pretpark wordt verwijderd wegens het sluitingsuur. Geen sympathie voor het verliefde koppel dat elkaar wekelijks slechts een 2tal uur kan zien. Geen rekening met de automobilist die nauwelijks enkele seconden de tijd heeft om een gevaarlijk kruispunt te overzien.
Neen, niets van dat alles, de klok draait egocentrisch door. Een gemeen wicht is het. In onze psychotische momenten verdenken we ze zelfs van te vertragen op momenten dat ze zich net eens mag reppen. De wachtzaal, de doodsaaie vergadering op maandagochtend, de terugrit na een vermoeiende dag; telkens vertoeven we er langer dan ons lief is.
Geef ons wat meer tijd, denken we echter meestal. Maar de wijzers luisteren niet. Ze draaien weer een uur rond, een uur waar veel en tegelijk niets is gebeurd. En weet je wat het nog idioter maakt? Als straks de klok stilvalt, dan nog zal het halen van nieuwe batterijen mij tijd kosten. Sommigen vinden de stiefmoeder van Sneeuwwitje de meest meedogenloze vinding, maar ik weet wel beter!