Wie regelmatig deze website bezoekt, weet dat ik allerminst een fan ben van honden. Hun gekwijl en geblaf kan me weinig bekoren. Dit geldt evenzeer voor situaties in mijn nachtmerries, waarbij een exemplaar me met wijd opengetrokken ogen grommend aankijkt alvorens zijn voor mij dodelijke sprong te wagen, waarop ik badend in het zweet wakker word.
Nog minder ben ik fan wanneer één van de hondenrassen besluit te zingen. Enfin, zingen. Eerder willekeurige woorden achter elkaar opsommen, maar die interpretatie ligt eerder aan mijn beperkte appreciatie van het genre R&B en hip-hop en rap en diets meer. Doch over smaken en kleuren valt niet te twisten, zoals menig filosoof eerder wist.
Desalniettemin stel ik me vragen met de plotse opkomst van Pitbull. Wie is hij? Waarom zet hij voortdurend een zonnebril op, ook in nachtclubs? Hoe komt het dat ik niet meer mijn televisietoestel kan opzetten zonder zijn kale kop te zien? Kan die man wel zijn eigen muziek schrijven? Is het niet vervelend om steeds slechts een gastoptreden te doen in clips van andere artiesten? Kan hij iets anders doen dan voortdurend naar vrouwelijke derrières wijzen? Zou hij ook zo falen in zwoel stemgebruik gedurende de dagdagelijkse omgang met anderen?
Zoveel vragen, ongetwijfeld zo weinig antwoorden. Intussen staat hij toch maar mooi zijn beperkte dansmoves te tonen op mijn televisiescherm. En als Pitbull niet verschijnt, is het wel het alweer vreselijk afgezaagde ‘Somebody I used to know’. Ik wou alvast dat ik Pitbull nooit had hoeven kennen.