Terwijl ik de bonkende beats die uit mijn stereo schallen uit mijn hersenpan probeer te weren, tracht ik voor het eerst sinds lang mijn pen nog eens in de hand te nemen. Het feit dat deze beats aan een eerder op deze blog (en dan nog geeneens in een positieve context) vermelde artiest toebehoren doet nu even niet ter zake.
Wat daarentegen wel het vermelden waard is, is het feit dat ik niet schrijven kan met, noch zonder deze beats.
Het ritmische geratel brengt mijn onderbewustzijn namelijk in een gecontroleerde trance, terwijl ik tegelijkertijd al mijn aandacht nodig heb om de wel zeer diepzinnige tekst van dit lied uit te sluiten.
Die trance is trouwens een gevoel dat haast niet in woorden uit te drukken is.
Niet evident voor een schrijver, lijkt me zo.
Desalniettemin gaat het leven elke dag zijn normale gangetje. Nog steeds werk ik liters koffie naar binnen, al dan niet met een goede dosis warme melk en honing. Nog steeds haal ik inspiratie uit van alles en nog wat. Nog steeds zit ik te morren op de gebrekkige kwaliteit van het Vlaamse vertier, om vervolgens helemaal op te gaan in die dekselse Dexter of de magistrale macho’s van Mad Men. en ja… sporadisch kan er nog altijd een boterham met kaas bij.
Inderdaad, u merkt het, ik ben nog steeds dezelfde lefgozer.
En kut piet snot, even vrijpostig ben ik ook nog altijd.
Nu enkel die dekselse schrijversblok terugvinden, zodat ik mijn wilde ideeën op tijd en stond terug kwijt kan aan het vertrouwde papier.
Welkom terug op Zwaffelijzer dames en heren.